Nieuws
Persbericht, Colege Bescherming Persoonsgegevens, 6 juli 2010
Op 18 januari 2010 vond een burger in Den Haag patiëntenkaarten van de Districtpsychiatrische dienst (DPD) op straat. De kaarten bevatten medische en strafrechtelijke gegevens van (voormalig) gedetineerden. De burger informeerde het College bescherming persoonsgegevens (CBP) dat direct een onderzoek startte bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), aangezien de DPD in dit instituut is opgegaan. Uit het onderzoek bleek dat de patiëntenkaarten met medische en strafrechtelijke gegevens jarenlang onbeveiligd in een kelder in een pand in Den Haag hadden gestaan zonder dat het NIFP zicht had op mogelijk verlies of onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens op de patiëntenkaarten. Het NIFP beschikte niet over een inventarislijst van de kelder, noch over een overzicht van de patiëntenkaarten. Op de dag van de vondst heeft het NIFP de kaartenbak met patiëntenkaarten onafgesloten als grofvuil op straat gezet zonder de inhoud ervan te hebben gecontroleerd. Het CBP concludeert dat de minister van Justitie met betrekking tot de persoonsgegevens op de op straat gevonden patiëntenkaarten onvoldoende passende maatregelen heeft genomen om deze persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of onrechtmatige verwerking. Dit is in strijd met artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
Lees de bevindingen van het CBP op