Nieuws
Op maandag 6 juli wordt in de Eerste Kamer het Wetsvoorstel identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen behandeld. Men heeft hier 1 kwartier voor uitgetrokken van 19.05 - 19.20 uur. Dit voorstel geeft, wanneer aangenomen, de politie de bevoegdheid om van iedere burger die men als verdachte aanmerkt direct, ter plekke of op het politiebureau vingerafdrukken en foto's te nemen. Deze gegevens worden met alle personalia inclusief het burgerservicenummer en en een nieuw aan te maken strafketendossiernummer (een persoonsnummer voor de gehele strafrechtsketen) opgeslagen in een justitiële databank.
Het voorstel introduceert eveneens een identificatieplicht voor verdachten ten opzichte van een rechterlijk ambtenaar en voor een gedetineerde verdachte of een veroordeelde ten opzichte van de directeur of hoofd van een inrichting of psychiatrisch ziekenhuis. Verder heeft dit wetsvoorstel tot doel ook getuigen de verplichting op te leggen zich tegenover de rechter te identificeren.*
Aanleiding voor dit wetsvoorstel zijn persoonsverwisselingen van verdachten en veroordeelden die in het verleden binnen de strafketen hebben plaatsgehad. Het voorstel zoals dat nu bij de eerste Kamer ligt stelt echter een aantal zeer ingrijpende maatregelen voor niet op zich zelf staan maar samenhangen met recente wijzigingen in de paspoortwet en voorgestelde wijzigingen in de Wet Uitgebreide Identificatieplicht, afgekort WU-ID.
De voorstellen zijn niet slechts bedoeld om persoonsverwisselingen binnen de strafrechtketen te voorkomen. Het Wetsvoorstel identiteitsvaststelling verdachten heeft zeer ernstige gevolgen voor de rechtspositie van iedere Nederlandse burger en alle overige personen die zich in Nederland bevinden.
Per 1 januari 2005 is de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht van kracht. Iedereen die niet terstond aan de vordering tot inzage in een identiteitsbewijs voldoet kan als verdachte worden aangemerkt. De WU-ID kent geen duidelijke bepaling of criterium waaraan een burger die geen strafbaar feit heeft begaan, een duidelijke rechtsbescherming kan ontlenen.
Het dragen van een identiteitsbewijs is niet verplicht, daarom heeft ex Tweede Kamerlid Henk Kamp, VVD, een wijziging voorgesteld die ook het dragen van een identiteitsbewijs verplicht stelt.
Recentelijk is de vernieuwde paspoortwet door de Eerste Kamer aangenomen. De belangrijkste wijziging in de paspoortwet is dat de foto's en vingerafdrukken van iedere Nederlander die een nieuw paspoort aanvraagt, in een centrale database worden opgenomen en gebruikt kunnen worden in een strafrechtelijke contekst. Daartoe kunnen ter plaatse afgenomen foto's en vingerafdrukken met gegevens uit de paspoortdatabank worden vergeleken. Volgens deskundigen is dit in strijd met Art 8 EVRM.
Aan het wetvoorstel identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen is bovendien op een later tijdstip een bepaling toegevoegd die eveneens in strijd is met het nationale en internationale recht. Deze bepaling betreft de vergelijking van vingerafdrukken van verdachten en gegevens in het politie systeem HAVANK ( Het Automatisch Vingerafdrukkensysteem Nederlandse Kollektie)** met de met de vingerafdrukken van alle asielzoekers opgeslagen in de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV). In 2001 is juist om de Nederlandse praktijk in overeenstemming te brengen met de Europese wetgeving op het gebied vangegevensbescherming (Richtlijn 95/46/EC) een scheiding aangebracht tussen de genoemde systemen. De bepaling is in strijd met het doelbindingsprincipe en het non discriminatiebeginsel.
De combinatie van de hier genoemde wetten en voorstellen maakt het mogelijk om iedere persoon die niet terstond aan een vordering, conform de WU-ID voldoet als verdachte aan te merken en te onderwerpen aan het nemen van foto's en vingerafdrukken die in strafregisters worden opgeslagen en vergeleken kunnen worden met de paspoortdatabank, HAVANK en de BVV.
Deze wetswijzigingen raken de rechtstaat in het hart. Gezien het ingrijpende karakter van alle wijzigingen, de complexiteit en de strijdigheid met nationale en internationale rechtsbeginselen is het onwenselijk en ongepast dat het wetsvoorstel Identiteitsvaststelling verdachten, kort voor het zomerreces in slechts een kwartier tijd wordt afgehandeld.
Wij wijzen er bovendien op dat de toegezegde evaluatie van de WU-ID nog steeds niet heeft plaatsgehad. Gezien het instabiele karakter van de WU-ID en de onvoldoende rechtsbescherming voor de burger is het onwenselijk dat in dit stadium voor de evaluatie het wetsvoorstel Identiteitsvaststelling verdachten wordt aangenomen.
Wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen (31.436) http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/31436_wet_identiteitsvaststelling
Zie ook http://www.eerstekamer.nl/trefwoord/verdachten
Dit persbericht is met een paar kleine wijzigingen overgenomen door de vereniging Vrijbit www.vrijbit.nl