Internetaanbieders zeggen NEE tegen bewaarplicht verkeersgegevens

De ondergetekende internetaanbieders van Nederland maken zich grote zorgen over het Europese plan om alle gegevens over het telefoon- en internetverkeer van alle klanten minstens een jaar te bewaren. De Eerste Kamer overlegt hierover op 30 november met minister Donner van Justitie, de Tweede Kamer op 1 december. Dat plan heeft tenminste drie grote nadelen: het belemmert innovatie, schendt de privacy en brengt hoge kosten met zich mee. Het moet daarom alleen worden overwogen als er glasheldere bewijzen zijn dat het absoluut noodzakelijk is. Maar dat bewijs ontbreekt volledig. Minister Donner heeft onlangs toegegeven dat er geen serieus onderzoek is dat aantoont dat een bewaarplicht zou helpen bij de opsporing van strafbare feiten. Hij weigert bovendien om dergelijk onderzoek te laten uitvoeren, ondanks eerdere toezeggingen aan de Tweede Kamer. Daarom dringen de providers er bij de leden van de vaste kamercommissie Justitie op aan om de regering te verbieden akkoord te gaan zolang de noodzaak niet is aangetoond.

WAAROM ZIJN INTERNETAANBIEDERS TEGEN DE BEWAARPLICHT?
- innovatie Het voorgestelde besluit legt een hele zware hypotheek op de toekomst van de telecomindustrie. Innovatieve nieuwe communicatiediensten kunnen alleen uitgeprobeerd worden als ze op voorhand voldoen aan strenge opsporingseisen ten aanzien van aftapbaarheid en straks aan de bewaarplicht verkeersgegevens. Dat is in volstrekte tegenspraak met het belang dat de overheid zegt te hechten aan innovatieve nieuwe breedbanddiensten voor de ontwikkeling van Nederland als kenniseconomie. Bovendien blijkt uit de praktijkervaring met de aftapverplichting dat de overheid haar eisen voortdurend bijstelt, waardoor providers telkens nieuwe investeringen moeten doen. Providers staan hierdoor voor een onmogelijke bedrijfseconomische opgave.

- privacy
Iedereen maakt zich zorgen over terrorisme en criminaliteit. Daders moeten niet met een beroep op privacy aan opsporing kunnen ontkomen. Er zijn echter al heel veel opsporingsbevoegdheden, ook op internet. Verkeersgegevens zeggen heel veel over wie wij zijn en wat wij doen en denken. De nu voorgestelde bewaarplicht richt zich niet alleen op daders of verdachten, maar op iedere internetter, verdacht of niet. Er wordt een enorme vergaarbak aan privacygevoelige gegevens gecreëerd. 99% daarvan is afkomstig van onschuldige burgers. De voorgestelde bewaarplicht is zo onbegrensd en breed, dat het niet verbaast dat tal van juridisch deskundigen aangeven dat hiermee de grenzen van grondwet en internationale mensenrechtenverdragen worden overschreden. De bewaarplicht verkeersgegevens lijkt het sluitstuk van de overheidswens om providers in te zetten als hulpofficieren van justitie. Providers moeten al volledig aftapbaar zijn, en sinds 1 september 2004 elke opsporingsambtenaar desgevraagd allerlei informatie over klanten geven. De minister van Justitie verwacht dat er in totaal 900.000 keer per jaar naam, adres- en rekeninggegevens worden opgevraagd over bellers en internetters. Binnenkort komt er nog een nieuwe verplichting bij; om gegevens over specifieke verdachten 3 maanden lang te bevriezen en te bewaren. Het feit dat providers straks het gedrag van alle internetters systematisch moeten gaan afluisteren en in de gaten houden leidt ertoe dat internet een onveilig communicatiemiddel wordt, waarbij het grote publiek onnodig bang wordt gemaakt dat elke muisklik tot een verdenking kan leiden.

- kosten hoog en onbegrensd
Het invoeren van een bewaarplicht verkeersgegevens vergt grote investeringen in mensen en middelen, in totaal naar verwachting vele miljoenen euros. De precieze kosten zijn nog onbekend omdat de verplichting nog niet precies is gedefinieerd. Er is ook geen enkel onderzoek gedaan naar de mogelijke kosten. Dat maakt een goede kosten-baten analyse uiteraard onmogelijk. Wel is duidelijk dat de consument uiteindelijk de rekening betaalt voor de ongewenste opslag van zijn eigen verkeersgegevens. Het gaat namelijk om zeer grote hoeveelheden informatie. Een doorsnee breedbandprovider met 100.000 klanten vervoert snel 5,5 Terabyte per dag, dat wil zeggen, 8.500 CD's per dag. Uit deze verkeersstroom moeten de verkeersgegevens gedestilleerd worden, en opgeslagen in hele dure, zeer streng beveiligde, dubbel uitgevoerde databases om per klant te kunnen terugzoeken hoe lang iemand online is geweest, wat voor e-mail iemand heeft verstuurd en/of ontvangen en welke websites iemand heeft bekeken. In 2002 hebben internetaanbieders al enorme investeringen moeten doen om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken. Hiervan heeft de overheid niets vergoed, ondanks massaal protest. De concurrentiepositie van Nederland en Europa staat hoog op de politieke agenda. Het is daarom een raadsel waarom het bedrijfsleven nu in alle haast en zonder gedegen onderzoek wordt opgezadeld met zeer hoge administratieve lasten.

- uitvoerbaarheid
Over de uitvoerbaarheid van de bewaarplicht in de internetwereld lijkt nauwelijks nagedacht. In tegenstelling tot telecomaanbieders houden internetproviders nauwelijks gegevens bij. Klanten betalen niet per e-mail of per bezochte website. Er is dus geen enkel bedrijfsbelang om dat soort gegevens te bewaren. Over het individuele surfgedrag is bij de meeste providers al helemaal niets bekend; omdat het om zeer privacy-gevoelige informatie gaat, die alleen met behulp van ingewikkelde filtersystemen kan worden vastgelegd. Dergelijke filters brengen bovendien de snelheid van het verkeer in gevaar. De overheid lijkt blind voor de werkelijkheid op internet; meer dan de helft van het e-mail verkeer bestaat uit spam en virussen. Ook al die rommel zouden providers moeten gaan bewaren, terwijl het opsporingsnut miniem is.

WAAROM IS DE NOODZAAK VOOR EEN BEWAARPLICHT NIET AANGETOOND?
Politie en justitie beschikken al over een groot arsenaal opsporingsmiddelen. Er is geen bewijs dat de beschikbare middelen onvoldoende zijn, of dat er strafbare feiten onopgelost zijn gebleven door het ontbreken van een bewaarplicht. In tegendeel, het enige beschikbare onderzoek (door de politie Rotterdam) wijst op het tegendeel. Ondanks toezeggingen aan de Tweede Kamer weigert minister Donner om nieuw onderzoek uit te laten voeren om de noodzakelijkheid te onderbouwen.

WAT MOET HET PARLEMENT DOEN?
Kennelijk is de regering er op uit om het voorstel nog voor het einde van het voorzitterschap van Europa door te drukken. Op 2 en 3 december vergadert de Europese raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken over het voorstel.Omdat het hier gaat om een bindend Kaderbesluit zijn de besprekingen op 30 november en 1 december in feite de laatste kans voor het Nederlandse parlement om invloed uit te oefenen.De internetproviders zijn van mening dat met de verdere bespreking van het voorstel moet worden gewacht tot dat er gedegen onderzoek is gedaan naar de noodzaak van een bewaarplicht en de kosten die ermee gemoeid zijn. Alleen als die gegevens op tafel liggen, kan de politiek een goede afweging maken.

Bron: www.bewaarplicht.nl 24-11-2004


Welcome to the real world...