Blijft er nog iets over van onze privacy? Trouw besteedt in een aantal artikelen aandacht aan deze vraag. In deel 6 vraagt Trouw aan twee liberale parlementariërs, Wat mag de overheid van ons weten? Het volgende commentaar is een reactie op het artikel in Trouw
De valse tegenstellingen van Fred Teeven
Door Johan van Someren
De liberale partijen VVD en D66 gaan niet meer hand in hand als het om de privacy gaat. De VVD ging akkoord met de identificatieplicht en wilde die zelfs nog verder uitbreiden. Alexander Pechtold D66 bekritiseerde als burgemeester van Wageningen de identificatieplicht maar was als minister korte tijd verantwoordelijk voor het biometrisch paspoort. Sinds hij minister af is, zet hij zich weer in voor de privacy.
"We zouden ons waarschijnlijk rot schrikken als we op en rijtje zouden hebben welke gegevens van ons allemaal zijn opgeslagen in computerbestanden. Het bewustzijn is gewoon bij heel veel mensen niet aanwezig. Het zou goed zijn als dat op school wordt bijgebracht." zegt hij in Trouw . "Mensen moeten juist het idee hebben dat ze in de gaten worden gehouden", zegt Fred Teeven VVD in hetzelfde artikel, "Waarom moet je het opsporingsdiensten onmogelijk moeilijk maken?"
Het is tekenend voor het verschil in benadering tussen liberalen" voegt Trouw er aan toe. Inderdaad is er een duidelijk verschil maar is dat verschil ook liberaal? Fred Teeven als voormalig officier van Justitie heeft een uitgesproken standpunt terwijl Pechtold feitelijk alleen een probleem aan de orde stelt waarover te weinig is nagedacht. Pechtold maakt zich zorgen over de individuele vrijheid die wordt aangetast, terwijl Fred Teeven hier geen punt van maakt. De VVD heeft al sinds haar ontstaan last gehad van een richtingenstrijd, die zich kenmerkt door een vleugel die zich sterk maakt voor liberale waarden en individuele vrijheid en een conservatieve vleugel die bestaande verhoudingen wil consolideren.
Fred Teeven noemt de stelling dat privacybeperkende maatregelen de individuele vrijheid inperken, een valse tegenstelling. Die opmerking is tekenend voor de polarisatie waarin de discussie over privacy terecht is gekomen. Jarenlang hamerde het kabinet Balkenende bewust op de zelfgecreëerde valse tegenstelling 'Veiligheid of privacy' die nog eens werd aangescherpt om allerlei wetsvoorstellen die niet aan proportionaliteitseisen werden getoetst door de kamer te loodsen. Die tegenstelling is vals omdat de problemen die men meent te bestrijden uit meerdere complexe vraagstukken bestaan. De maatregelen die het vorige kabinet heeft ingevoerd raken een meerderheid van de bevolking die niets heeft misdaan en ondermijnen door het uitblijven van resultaten op lange termijn het vertrouwen van burgers. Alle privacy die werd ingeleverd heeft het er niet veiliger op gemaakt. Het record aantal boetes voor de identificatieplicht zonder dat er ook maar een misdrijf mee werd opgelost spreekt wat dat betreft duidelijke taal.
Politici, zoals Fred Teeven reduceren complexe problemen tot simpele zwart wit tegenstellingen, waarbij de maatregelen die ze willen invoeren als de enig juiste worden voorgesteld. Ben je het er niet mee eens of zoek je de nuance, dan heb je iets te verbergen. Een andere tactiek van 'law and order fetisjisten' is dat bepaalde incidenten dusdanig worden uitvergroot dat disproportionele maatregelen gerechtvaardigd lijken. Zo beweerde Fred Teeven op het RFID seminar van het Rathenau Instituut in april vorig jaar dat er geen anonieme OV chipkaart moet komen want als de reisgegevens van iedereen bekend zijn (dus van een paar miljoen mensen) zouden dierenrechtactivisten opgespoord kunnen worden.
Met zijn zwart wit benadering suggereert Teeven ook een statische meerderheid die in werkelijkheid niet bestaat. In Trouw zegt hij dat 30% van de mensen er moeite mee heeft dat ze bij het winkelen of pinnen worden gadegeslagen door camera's, de andere 70% doet daar niet moeilijk over. Hij zelf behoort, hoe kan het anders, tot die 70%. Dat hij tot de laatste categorie behoort is waarschijnlijk het enige statistisch bewijsbare detail in zijn betoog maar hoe groot is die laatste categorie werkelijk? Is dat 70% of is er daarbinnen een groep mensen die geen mening heeft? Waarschijnlijk rekent Fred Teeven evenals zijn andere collega hardliners, zich rijk met een groot percentage mensen die nooit diepgaand over privacy hebben nagedacht en het overzicht van alle nieuwe wetten en het culminerende effect daarvan t.a.v. hun eigen rechtspositie al lang kwijt zijn.
Volgens Fred Teeven blijft de vrijheid overeind, ook als mensen digitaal worden gevolgd. "Sterker nog" zegt hij "je kunt zelfs redeneren dat de individuele vrijheid er door toeneemt want al dat toezicht zorgt er voor dat jij en ik veilig in het openbaar vervoer kunnen zitten". Deze simplificatie raakt een belangrijk probleem. Wordt het echt veiliger door die maatregelen? Worden problemen echt opgelost of alleen verplaatst, of blijven ze gewoon bestaan zonder dat we ook maar een aanwijzing in de statistieken terugvinden? Wordt de vrijheid van mensen die gevolgd worden echt vergroot, of is er alleen de schijnveiligheid van de aanpassing?
Statistisch is het aantoonbaar dat in bepaalde gebieden de criminaliteit nadat er camera's zijn opgehangen korte tijd wordt teruggedrongen, maar de eigenlijke problemen zijn allerminst opgelost. Winkeldieven slaan elders hun slag of zijn onherkenbaar op camerabeelden. Zwervers, drugsverslaafden, hangjongeren en alle anderen die niet aan de norm voldoen, worden door camera's en strenger toezicht verjaagd maar duiken elders weer op. Een afname van overlast in het ene gebied betekent vaak een toename in een andere buurt.
Het standpunt van Fred Teeven is niet liberaal maar conservatief. Vanuit een negatief mensbeeld moet iedereen die anders is stevig aan het handje worden genomen. De enige toegestane vrijheid beweegt zich slechts binnen van bovenaf gedicteerde normen waarbij het net van wetgeving en toezicht steeds strakker wordt gespannen, met als gevolg dat zelfs het denken wordt aangepast. Fred Teeven wil geen vrijheid maar een justitieel opsporingsparadijs. Privacy wordt gereduceerd tot schuilplaats van het kwaad oftewel, alleen wie kwaad wil maakt zich druk over privacy. Daarmee komt de privacydiscussie in gevaarlijk vaarwater waarin er op integere mensen die de individuele vrijheid verdedigen karaktermoord wordt gepleegd. Het enige positieve aspect in de opvattingen van Fred Teeven is dat hij het met Pechtold eens is dat de effectiviteit van alle nieuwe maatregelen moet worden getoetst maar wat de identificatieplicht betreft ziet het er niet naar uit dat de VVD de consequenties van die uitspraak zal aanvaarden.
Pechtold is weliswaar voorstander van individuele is vrijheid maar niet a-priori tegen grootschalige inzet van technologie voor opsporingsdoeleinden. Daarmee kan men het links of rechts hartgrondig oneens zijn, maar de open vraagstelling zonder zwart wit vertekening schept de noodzakelijke ruimte waarin het privacydebat op democratische wijze kan worden gevoerd.
Johan van Someren 2008