Buurtbewoners of omstanders moeten na een moord worden verplicht mee te werken aan grootschalige dna-onderzoeken. Het is onverteerbaar dat daders jarenlang uit het zicht van politie en justitie kunnen blijven door 'om principiële redenen' te weigeren dna af te staan.
Dat vindt het CDA, dat morgen bij minister Hirsch Ballin (Justitie) aandringt om een hardere aanpak van weigeraars. De regeringspartij wil af van de 'vrijblijvendheid' bij dna-onderzoeken. Weigeraars moeten een boete kunnen krijgen en extra in de smiezen worden gehouden.
Wat het CDA betreft, behoort iedereen die niet meewerkt aan het afstaan van bijvoorbeeld stukjes haar, huid of wangslijmvlies tot de belangrijkste verdachten. "Het moet consequenties hebben als mensen weigeren mee te werken", aldus CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma. "Iedereen vindt het een burgerplicht, behalve de mensen die wat te verbergen hebben. Principiële bezwaren mogen geen rol spelen bij onderzoek naar moord, doodslag of verkrachting."
Doorn in oog
Het is de partij een doorn in het oog dat verschillende grote moordzaken pas na jaren zijn opgelost, terwijl dna al veel eerder uitkomst had kunnen bieden. "Denk bijvoorbeeld aan de zaak Marianne Vaatstra of aan de Schiedammer Parkmoord", aldus Van Haersma Buma. "Dna-afname is een heel kleine inbreuk op de privacy, met een heel grote kans op het oplossen van misdrijven. De balans moet doorslaan naar het laatste."
De partij wil ook de mogelijkheden verruimen om dna af te nemen van verdachten. Nu kan dat alleen 'in het belang van het onderzoek'. Wat het CDA betreft, wordt er voortaan standaard dna afgenomen van verdachten, zodat ook eerder gepleegde misdrijven alsnog worden opgelost.
In de dna-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zijn op dit moment al meer dan 50.000 profielen opgeslagen, ruim acht keer zoveel als drie jaar geleden. Het afnemen van dna-materiaal bij veroordeelden heeft tussen 2005 en 2007 in ruim 1600 zaken tot 'hits' geleid.
Bron: Telegraaf, 01-07-2008
Welcome to the real world...