AMSTERDAM - In academische kringen en in de opiniekolommen van kranten vielen de afgelopen weken harde woorden. Inzet van het gekrakeel: een Europese richtlijn die diep ingrijpt in de privacy van de burger – in naam van de strijd tegen het terrorisme.
Aan de plicht om vast te leggen wie wanneer met wie belt, sms’t of e-mailt en hoe lang, valt niet meer te tornen. De richtlijn ligt er – alle lidstaten van de Europese Unie zijn ermee akkoord gegaan. De Tweede Kamer moet vaststellen hoe lang providers hier die gegevens moeten bewaren. Het debat hierover is volgende maand.
Het kabinet heeft een termijn voorgesteld van 18 maanden. Vijftien hoogleraren hebben in een open brief de minimumtermijn in de richtlijn – een half jaar – afdoende genoemd. Het College voor de Bescherming van Persoonsgegevens (CBP) acht een jaar toereikend.
Belangrijker is de principiële vraag of de maatregel niet een te zware aanslag pleegt op de privacy. ‘Het is van de zotte dat er ‘bewijs’ wordt verzameld van iedereen om eventuele toekomstige misstappen aan te pakken’, zegt Paul Driessen, manager bij de Almeerse ict-leverancier XB, een van de bedrijven die de gegevens van klanten moeten gaan opslaan. Hij noemt het vreemd dat bedrijven een verlengstuk van justitie worden: ‘Als een hulpsherrif zonder mandaat.
De vijftien hoogleraren zien een groter gevaar opdoemen. Ze vragen zich af of de verzamelwoede van de overheid hier stopt. Betaalgegevens, rekeningrijden, ov-chipkaart – alles is op te slaan. ‘We zijn op weg een politiestaat te worden, waarin iedereen in de gaten wordt gehouden. Wie Das Leben der Anderen (over de terreur van de staatsveiligheidsdienst in de voormalige DDR – red.) heeft gezien, beseft de keerzijde van een doorgeslagen controledrang.’
Het kabinet verdedigt invoering van de bewaarplicht met een verwijzing naar een onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 2005. Daaruit zou blijken dat het bewaren van verkeersgegevens van telefonie en internet een belangrijke bijdrage kan leveren aan opsporingsonderzoeken. De onderzoekers bevolen daarom een bewaartermijn van een jaar aan. Het CBP maakte later gehakt van het onderzoek. De Erasmus-onderzoekers bekeken slechts 65 opsporingsdossiers waarin de verkeersgegevens van vaste en mobiele telefonie een belangrijke rol speelden, niet een willekeurige selectie. Verder bewaren telefoonbedrijven al de verkeersgegevens al, voor drie maanden, om hun klant een rekening te kunnen sturen.
De selectie bevatte geen dossiers waarin rechercheurs ook het surfgedrag konden onderzoeken, stelt het college. Tot de bewaartermijn van twaalf maanden kwamen de onderzoekers louter op basis van gesprekken met justitie en politie. Het CBP: ‘Daarbij is een aanzienlijke marge ingebouwd ten opzichte van de onderzochte praktijk.’
Er zitten meer haken en ogen aan de bewaarplicht. ‘Als iemand inbreekt op jouw draadloze internetverbinding en contact heeft met de verkeerde mensen, ben jij een verdachte’, zegt Driessen.
Een ander bezwaar betreft de kosten die telefoonmaatschappijen en internetaanbieders moeten maken. Het gaat niet alleen om de apparatuur die die informatie gaat afvangen. Driessen: ‘Wij moeten een nieuwe afdeling optuigen om aan de eisen te voldoen.’ XB zal de kosten zeker gaan doorberekenen. ‘Iémand moet het betalen.’
Bron: Volkskrant, 12-04-2008
Welcome to the real world...