De fractievoorzitter van de Haagse Stadspartij, Joris Wijsmuller, is vrijgesproken van Verzet bij arrestatie'. Het gerechtshof heeft een streep gezet door een vonnis van de politierechter. Die vond dat Wijsmuller schuldig was, maar legde toen geen straf op. Wat de reden voor de vrijspraak is, weet Wijsmuller nog niet. De schriftelijke uitleg volgt later deze maand. Wijsmuller was op 10 mei 2005 gaan kijken naar een demonstratie tegen de luchtvervuiling op de Veerkaden in Den Haag. „Het was heel vredig allemaal. Totdat de Mobiele Eenheid kwam. Die wilde de vergunning zien voor de demonstratie. Toen ik zei dat er geen vergunningstelsel voor demonstraties bestaat, was ik ineens de boosdoener."
Toen Wijsmuller weigerde zich te legitimeren, werd hij door drie agenten hard in de boeien geslagen. „Ze draaiden mijn arm om, trokken aan mijn haren, en dat terwijl ik zelf had aangegeven naar het politiebureau te willen, om het uit te praten." De politierechter vond in augustus 2006 dat Wijsmuller schuldig was; hij had zich
wel degelijk moeten legitimeren. Wijsmuller ging tegen het vonnis in beroep, en krijgt nu gelijk. „Eindelijk gerechtigheid. Het kan toch niet zo zijn dat de Haagse politie
de vrije meningsuiting beknot en misbruik maakt van de identificatieplicht. Helaas komt dit in Den Haag te vaak voor. Ik hoop dat de politie lering trekt uit deze uitspraak." Wijsmuller zal alle proceskosten verhalen op het Openbare Ministerie (OM) en via de uitkomst van d e nog lopende klachtenprocedure korpsbeheerder Deetman op het politieoptreden aanspreken.
De advocaat van Wijsmuller, mr M. Schuckink Kool, betoogde tijdens de zitting op 19 februari j.l. dat er geen grond was om de betoging te verbieden. Ook van enige ordeverstoring was geen sprake. Het was in deze situatie dan ook niet gepast om naar een identiteitsbewijs te vragen, temeer daar de wetgever heeft bepaald dat de identificatieplicht als zodanig deelname aan betogingen en demonstraties niet mag belemmeren en de politie alleen van deze bevoegdheid gebruik kan maken indien dat rederlijkerwijs noodzakelijk is voor haar taakuitoefening. Bovendien was het verzet van Wijsmuller niet gericht tegen de aanhouding op zich, maar tegen het niet-noodzakelijke geweld waarmee hij plotsklaps bejegend werd. Het optreden was dan ook in strijd het het subsidiariteitsbeginsel en kon worden aangemerkt als niet rechtmatige taakuitoefening.
Bron: Haagsestadspartij.nl , 10-03-2007
Welcome to the real world...