In Dordrecht blijkt de politie een databank te hebben aangelegd waarin allerlei gegevens van jongeren worden opgeslagen, ook als die jongeren geen enkel strafbaar feit hebben gepleegd. Uit voorzorg. Een nieuwe loot aan de stam van misdaadpreventie, waarbij van de burger wordt gevraagd privacy in te leveren om het voor de politie gemakkelijker te maken hem op te pakken voor het geval hij in de toekomst iets zou doen wat niet door de beugel kan. De gegevens van dertig jeugdgroepen zijn intussen in het archief van de politie terechtgekomen, omdat de wijkagent gedurende een jaar geen bijzonderheden over de jeugdgroepen heeft opgemerkt. De vraag of de gegevens ooit uit het archief verwijderd worden, is nooit gesteld, ook niet door de politie zelf.
Telkens opnieuw blijkt dat twee gevaarlijke maatschappelijke trends samenkomen en elkaar versterken: de teloorgang van de privacy en de neiging van de overheid, in het bijzonder de toezichthoudende organen van de overheid, steeds meer opsporingsbevoegdheden te verzamelen.
Iedere nieuwe generatie lijkt minder problemen te hebben met de aantasting van de privacy. Ik heb nooit een onderzoek gezien dat het aantoont, maar het zou mij verbazen als de opkomst van internet daar niet alles mee te maken heeft. De behoefte aan privacy schijnt zijn evolutionaire basis te hebben in de angst van de mannetjesaap betrapt te worden als hij een van de vrouwtjes pakte uit de harem van de alfa-aap. Dus deden ze het stiekem achter een bosje. Anonimiteit maakt de weg vrij voor losbandigheid.
Dat is precies wat internet heeft te bieden: anonimiteit. Normaal worden menselijke interacties gestuurd door subtiele signalen die onderling worden uitgewisseld. Onbewust worden gespreksonderwerpen, het woordgebruik en de toonhoogte afgestemd op de reacties, dikwijls alleen in lichaamstaal, van de gesprekspartner(s). Daarmee wordt voorkomen dat bijna iedere interactie uitloopt op ruzie. Door de anonimiteit die internet biedt, worden deze regelmechanismen uitgeschakeld. Vandaar dat de grofste beledigingen en verdachtmakingen op internet heel gewoon zijn geworden. Ook de schaamte legt het loodje. Jonge meiden laten zich gemakkelijk verleiden voor de webcam seksuele hoogstandjes te vertonen waar ze in het gezelschap van anderen (nog) niet over zouden piekeren. Moraal, terughoudendheid, schaamte: het zijn eigenschappen die uiterst gevoelig zijn voor gewenning. Als je anoniem op internet vaak mensen heb beledigd, wordt het mentaal gemakkelijker dat ook een keer in het ‘echt’ te doen. Als een meisje zich op internet vaak heeft bloot gegeven, is de drempel om het een keer in het bijzijn van een ander te doen lager geworden. En zo neemt heel geleidelijk maar heel zeker de behoefte aan privacy af.
De overheid maakt daar dankbaar gebruik van. Door de individualisering wordt het steeds moeilijker mensen te controleren. In plaats van een maatschappelijke infrastructuur te ontwerpen waarin die controle goeddeels overbodig wordt, is men de regelgeving steeds meer gaan detailleren. Dat vereist intensivering van toezicht, bijvoorbeeld door middel van koppeling van bestanden of het naar willekeur onaangekondigd bezoeken van burgers die nergens van verdacht worden.
De politie is al ruim een decennium bezig de ene extra bevoegdheid op de andere te stapelen. Op enorme schaal wordt via camera’s het doen en laten van onverdachte burgers in de gaten gehouden. Het afluisteren van telefoongesprekken is geëxplodeerd. Het preventief fouilleren wordt nog steeds uitgebreid. Dat geldt ook voor het opslaan van dna-gegevens. Als er een lijst zou worden gemaakt van allerlei grote en kleinere uitbreidingen van de reikwijdte van het politietoezicht, zou iedereen ervan schrikken. Maar doordat het proces zich sluipend voltrekt, is bijna niemand er zich van bewust.
In het algemeen is de overheid bezig de greep op de burgers te vergroten. Kortingen op uitkeringen zijn gemeengoed geworden om mensen in het gareel te dringen. De ene dwangmaatregel of verplichting volgt op de andere.
Nog nooit heb ik zelfs maar enige indicatie gezien van de kosten van het almaar toenemende toezicht. Er moeten intussen vele honderdduizenden toezichthouders op allerlei gebied rondlopen.
Tot dusver merk je weinig van verzet tegen de vele vormen van dwang en de steeds intensievere en indringender controles. Je kunt erop wachten dat er een kritisch punt wordt bereikt waarop de burger zich bewust wordt van de groeiende benauwenis in de moderne Big Brothersamenleving. Wat er dan gaat gebeuren, is onzeker. Ik sluit niet uit dat ons land plotseling zal worden overspoeld door een soort bevrijdingsbeweging. Ik kan er niet op wachten.
Bron: Volkskrant, 03-05-2007
Welcome to the real world...