Duidelijkheid nodig over RFID als opsporingsmiddel

De overheid moet snel duidelijk maken of het wenselijk en effectief is om RFID (radio frequency identification) als opsporingsmiddel te gebruiken. Voor bedrijven en burgers is het belangrijk dat er snel helderheid komt.

Dat stelt het Rathenau Instituut, dat de maatschappelijke effecten van technologie onderzoekt, in een bericht aan het parlement. RFID-chips zijn kleine radiozenders die signalen uitzenden en steeds vaker worden toegepast in goederen, maar ook in het nieuwe biometrische paspoort en de ov-chipkaart.

De signalen die de RFID-chips uitzenden kunnen in databanken worden opgeslagen. Deze informatie zou in principe gebruikt kunnen worden voor opsporingsdoeleinden. Volgens het OM is dit onder de bestaande wetgeving mogelijk. Het Rathenau Instituut constateert echter dat hier in de politieke discussie over RFID nauwelijks aandacht voor is.

Het instituut richt zijn pijlen vooral op het nieuwe paspoort en de ov-chipkaart. De gegevens die in de RFID-chip van het nieuwe biometrische paspoort staan - vingerafdrukken en digitale pasfoto - worden in de toekomst centraal opgeslagen in de Online Raadpleegbare Reisdocumenten Administratie (ORRA). Voor opsporingsdoelen zijn dat interessante gegevens. Hetzelfde geldt voor de gegevens over reisbewegingen die door de ov-chipkaart ter beschikking komen.

Volgens het instituut werpen deze mogelijkheden nieuwe vragen op: wanneer mogen politie en justitie toegang krijgen tot deze gegevens? Mogen de gegevens ook gebruikt worden voor preventieve opsporing? Is het aanvaardbaar deze gegevens, die met andere doelen worden opgeslagen, voor de opsporing te gebruiken? En hoe effectief zijn ze als opsporingsmiddel?

Het Rathenau Instituut wijst daarnaast op de relatie met de voorgestelde wet om verkeersgegevens van het telecomverkeer gedurende anderhalf jaar op te slaan. Als RFID-gegevens ook onder deze wet gaan vallen, heeft dat grote gevolgen voor het bedrijfsleven. Niet alleen de hoge kosten voor de dataopslag spelen een rol, maar ook de rem die het op innovatie kan zetten.

Volgens het instituut zijn burgers en bedrijfsleven gebaat bij duidelijke politieke keuzes over het gebruik van RFID als opsporingsmiddel. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de effectiviteit van het middel in relatie tot de kosten. Het instituut vraagt de politiek te komen tot een integrale visie, omdat het politieke debat over RFID momenteel versnipperd is.

Bron: Staatscourant, 17-10-2007



Welcome to the real world...