Het burgerservicenummer speelt een hoofdrol in de keteninformatie in backoffices. Wanneer daarin met het gebruik van het nummer en de daaraan gekoppelde persoonsgegevens iets fout gaat, zijn de gevolgen voor de burger niet te overzien. Het CBP schrijft in een brief aan de Eerste Kamer, die het wetsvoorstel met algemene bepalingen over het burgerservicenummer thans behandelt, het vreemd te vinden dat de kaderwet de burger geen specifieke waarborgen biedt. Volgens het CBP bagatelliseert de minister de problemen.
Lees het volledige advies (17 KB)
Voor de opvang van klachten vindt de minister een tijdelijk telefoonnummer voldoende. Hij wijst op het normenkader van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en op de Wet gemeentelijke basisadministratie. Deze laatste wet is slechts relevant voor het toekennen van het nummer aan burgers die voor het eerst in de gemeentelijke basisadministratie worden ingeschreven. Door het belang ervan te overschatten voor het gebruik van het burgerservicenummer wordt een verkeerd beeld geschetst. De WBP bevat uiteraard normen voor de zorgvuldige omgang met persoonsgegevens, maar vanwege de extra risico’s die de invoering van een algemeen persoonsnummer meebrengt, vindt het CBP dat de kaderwet op dit punt zelf ook aanvullende bepalingen moet bevatten. Dat is ook gebeurd in het wetsvoorstel tot invoering van het burgerservicenummer in de zorg.
De minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties geeft in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel een overzicht van wat de invoering van het burgerservicenummer voor de Nederlandse samenleving betekent. Vele organisaties gaan het nummer gebruiken bij het verwerken van persoonsgegevens bij allerlei verschillende gebeurtenissen in het leven van een burger. Pas wanneer de burger een dienst van de overheid verlangt, zal hij kunnen merken dat daarbij iets mis is gegaan. De burger moet zich dan wenden tot het toevallige bestuursorgaan waar het probleem zich manifesteert en daar verzoeken om correctie van zijn gegevens. Dat bestuursorgaan kan incidenteel proberen het probleem op te lossen, maar kan niet nagaan waar het probleem is begonnen en evenmin of en hoe het zich al in de meest uiteenlopende administraties heeft verspreid.
11 januari 2007
Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt onder de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)- toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zonodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.
Bron: Cbpweb.nl
Welcome to the real world...