De politie bekeurde het afgelopen jaar duizenden burgers zonder identificatiebewijs. In stilte seponeerde het Openbaar Ministerie veel van deze zaken. Over kapotte achterlichtjes en het humeur van de politieagent.
‘Wet is wet, en als mensen het daar niet mee eens zijn, moeten ze het maar laten voorkomen bij de rechter’. Herman Olijerhoek, woordvoerder van de politie Friesland, begint zijn verhaal streng. Klachten van boze burgers over de nieuwe, uitgebreide wet op de identificatieplicht kent hij genoeg, maar daarvoor moeten we niet bij hem wezen.
Want wet is wet - en zo is het. ‘Maar’, vervolgt de politieman. ‘Ik heb zelf twee kinderen die volgens die wet moeten rondlopen met een identiteitsbewijs. Je denkt toch niet dat ik die met paspoorten op straat stuur? Die raken binnen de kortste keren kwijt en een boete is nog altijd goedkoper dan een nieuw.’
Als zijn kinderen door een rechtlijniger politieman zouden worden bekeurd, zou Olijerhoek de zaak laten voorkomen voor de rechter. ‘Dat raad ik iedereen aan, óók als het zaken met de Friese politie betreft. Het is goed dat zich jurisprudentie ontwikkelt, waardoor steeds beter duidelijk wordt wat wel of niet is toegestaan.’
Zo is het tonen van een kopie van het identiteitsbewijs een ‘teken van medewerking’ vindt hij. En met burgers die meewerken aan het vaststellen van hun identiteit, mag de politie volgens de richtlijnen van de procureurs-generaal soepel omgaan. ‘Dat blijft uiteraard afhankelijk van de omstandigheden en van de politieman of -vrouw in kwestie. Het maakt verschil of het gaat om een 15-jarige die vlak bij huis in de speeltuin zit, of een 19-jarige uit Maastricht die zich in Leeuwarden met een bibliotheekpasje wil legitimeren.’
Maar zo soepel als de Friese politiewoordvoerder is niet iedereen. De afgelopen vijftien maanden bekeurde de politie vele duizenden burgers die hun paspoort waren vergeten maar wel op allerlei manieren wilden meewerken aan het vaststellen van hun identiteit. Wie die bekeuring niet betaalde en niets van zich liet horen, handelde achteraf gezien nog het verstandigst. Het Openbaar Ministerie seponeerde in stilte duizenden zaken of stuurde ze ‘ter verbetering’ terug naar de politie – die ze vervolgens liet rusten.
Op straat bleek de ene politieman soepel en de andere juist star of nors. Eerste-Kamerlid voor de PvdA Mies Westerveld, die vóór de nieuwe wet stemde en hem nog altijd goed vindt functioneren, ontmoette slechts een vriendelijke Amsterdamse agent die het haar niet kwalijk nam toen ze haar ID-bewijs thuis had laten liggen. ‘Maar waarschijnlijk ligt het er ook aan hoe je je dan opstelt, als burger.’
Dat zou kunnen. De gewone burger Sara S. uit Rotterdam bijvoorbeeld heeft een andere ervaring, vertelt ze. Vorige maand ging ze een half brood kopen en haar twee honden uitlaten aan de Nieuwe Binnenweg. Een van die honden is een bejaarde jack russel die ze niet had aangelijnd. Daar zeiden twee agenten wat van. ‘Dat het moest vanwege de veiligheid op straat.’ Waarna ze het alsnog deed.
‘Maar toen zei ik iets scherps over de veiligheid een straat verderop, waar openlijk in crack wordt gedeald’, zegt Sara. Vijf minuten later had ze een bon te pakken nadat de geďrriteerde agent om haar identificatiebewijs vroeg – wat ze op die ochtendwandeling niet bij zich had.
Een moeder uit Bennekom vertelt over haar 17-jarige zoon, die ’s avonds laat door de politie fietsend werd aangehouden. Met zijn fietsverlichting was niets mis, maar hij was bezig een verkeersbord opzij te leggen dat over het fietspad lag. Toen dat was opgehelderd, was er nog altijd de ID-plicht, en daarvoor werd zoonlief anderhalf uur op het politiebureau vastgehouden. ‘Dit is niet de rechtsstaat waarvan ik droom, maar een politiestaat waarvan ik wakker lig’, zegt ze.
Miek Wijnberg in Utrecht opende vorig jaar een website (www.id-nee.nl) waar het laatste nieuws over de identificatieplicht wordt bijgehouden. Klagen moeten de mensen eigenlijk bij politie en justitie, maar ook Wijnberg krijgt veel gruwelverhalen te horen. ‘Agenten worden verplicht een bepaalde score aan bekeuringen te halen’, analyseert ze. ‘Met de ID-plicht erbij geldt een eenvoudige overtreding meteen voor twee. En ook als die bekeuring later niet standhoudt, telt hij toch mee.’
Zelfs uit zakelijke hoek klinken bezwaren. Tijs de Lint is hoofd administratie van het sloopbedrijf Vlasman in Alphen aan den Rijn. Een goed bedrijf met een prima reputatie, verzekert hij. Onlangs sloopte men nog de binnenkant van het Rijksmuseum.
Juist omdat hij zijn administratie op orde heeft, durft De Lint het te zeggen: gék wordt hij van de volgens hem ‘ineffectieve en zinloze’ identificatieverplichting die op de werkvloer om zich heen grijpt. Het lijkt wel een ID-manie. ‘Bedrijven eisen voor de betaling van een factuur nu al een kopie van het paspoort van iedereen die op de werkvloer is geweest. De wet ‘adviseert’ dat te doen, hoewel het niet verplicht is. Maar het is onwerkbaar. We schrijven zesduizend facturen per jaar en soms is een werknemer maar een uurtje op dat werk geweest.’
Al die paspoortkopieën zijn niet nodig voor een sluitende administratie en evenmin voor een goede uitvoering van de wet ketenaansprakelijkheid, zegt hij. ‘Maar het lokt wel fraude uit, want nu wordt ik geacht een kast vol van die dingen te gaan bewaren.’
Zijn werknemers moeten zich al legitimeren op het werk, zegt De Lint. Ze zitten allemaal al met naam en sofinummer in de computer. Die informatie wórdt al uitgewisseld met iedereen die het weten moet. ‘Wat wil de overheid dan met deze nieuwe administratieve chaos? Ontploffen er minder terroristen op bouwplaatsen? Komen er minder illegalen op de werkplek? Ik verzeker je allemaal van niet.’
Bron: Volkskrant, 12-05-2006
Welcome to the real world...