Camera’s: tovermiddel of privacykillers

Door Nico Schapendonk

BREDA – Wordt burgemeester Peter van der Velden big brother? Vanavond praat de Bredase gemeenteraad over cameratoezicht in de stad. Op de achtergrond speelt de vraag: hebben camera’s zin? Eloď Koreman, fel tegenstander van vaste camera’s in de Bredase publieke ruimte:

„Camera’s zijn privacykillers. Ze nestelen zich op een ziek stedelijk weefsel, net als paddestoelen in het bos. Als ze toch ingezet moeten worden, dan zou ik het veel flexibeler doen. Ze telkens op andere plaatsen ophangen. Nu worden problemen verplaatst naar plekken waar nog geen camera’s hangen.“

Pascal Grosfeld, architect en stedenbouwer uit Breda:

„Door camera’s raakt de stad haar traditionele kwaliteiten kwijt. Wat een stad uniek maakt, de anonieme steegjes, hofjes en gangetjes, de niet ontdekte anonieme plekjes, die verdwijnen. Je kunt niet meer door de stad dwalen met het idee dat je helemaal op jezelf bent. Maar het is een onomkeerbaar proces, bijna alles is tegenwoordig zichtbaar. Kijk maar naar Google Earth. Misschien moet je er maar niet al te bang voor zijn, zolang je niks te verbergen hebt.“

Frank van Jeveren, directeur van EBN Veiligheidsdienst, het bedrijf dat op het politiebureau Centrum de beelden uit de binnenstad in de gaten houdt:

„Camera’s zijn geen tovermiddel. Ze werken alleen als ondersteuning. Wij kunnen surveillances effectiever laten optreden met behulp van de beelden die we ontvangen. In de binnenstad is het niet zo dat de problemen zich verplaatsten naar plekken waar geen camera’s hangen. Daar is het vooral een openbare orde probleem. Met camera’s kunnen we heel gericht de surveillance sturen naar de mensen die problemen veroorzaken.“

Marcel Dalinghaus, voorzitter Stichting Bewoners Stadshart:

„Camera’s hebben de binnenstad veiliger gemaakt, maar hebben ook het gevoel van veiligheid verhoogd. Aan de andere kant is het wel Big brother is watching you. We gaan er maar van uit dat de privacy goed gewaarborgd is en dat niet elke willekeurige voorbijganger de beelden kan bekijken.“

Uit het onderzoek ‘Camera’s in het publieke domein’ van het College Bescherming Persoonsgegevens:

‘Bedrijven en overheden zetten op grote schaal camera’s in voor de beveiliging van gebouwen, goederen en personen. Cameratoezicht is min of meer vanzelfsprekend geworden in supermarkten, winkelcentra, het openbaar vervoer en uitgaansgebieden. Camera’s worden door het publiek geaccepteerd in de verwachting dat het effectief is.“

Mr. Corry Ebbers, expert uit Breda op het gebied van privacywetgeving:

„Er wordt altijd gezegd dat er met camera’s inbreuk gepleegd moet worden op de privacy, omdat de problemen anders niet opgelost worden. Dat is flauwekul. Er zijn genoeg andere middelen, alleen worden die niet gebruikt en voor een deel gebeurt dat uit gemakzucht. Maar ik heb ook wel eens een mevrouw gesproken die zei: ‘Ik heb liever dat een camera me bekijkt dan een junk’. Zélf heb ik precies het tegenovergestelde. Een junk kan ik tenminste nog aanspreken, zo’n anonieme camera niet. Ik ben niet principieel tegen alle vormen van cameratoezicht. Bij pin-automaten vind ik het bijvoorbeeld prima.“

Gerard de Bitter, bestuurslid van de Ondernemers-vereniging Binnenstad Breda OBB:

„Als er meer camera’s komen, dan moet ook naar de beelden gekeken worden. Anders heeft het weinig zin. Toch denk ik dat de huidige camera’s goed werken op de stapavonden. Laat ze maar lekker hangen. Als je niets te verbergen hebt, dan is er toch ook geen probleem?“

Laurens Meyer, horeca-ondernemer in het groot in de binnenstad van Breda:

„Camera’s hebben hun dienst bewezen. Hun voornaamste taak is op tijd signaleren waar het fout gaat. Als er onrust ontstaat, kunnen we escalatie voorkomen. Plegen camera’s een inbreuk op de privacy? Ach, dat is toch quatsch! Als je dat vindt, loop je dan ook niet meer bij de Bijenkorf, V&D, de bank of het postkantoor naar binnen? Nee toch. Dat is gewoon onzin!“

Bron: Bndestem.nl, 26-10-2006



Welcome to the real world...