Het wetsvoorstel algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb) zal volgende week door de Tweede Kamer behandeld worden. Daarbij wordt in de aan de Kamer gestuurde stukken ten onrechte de indruk gewekt dat het CBP geen bedenkingen meer heeft bij het nu ingediende voorstel. De invoering en met name het gebruik van het BSN zal een revolutionaire verandering inhouden voor de informatiehuishouding van de overheid. De voordelen van een efficiënte overheid moeten echter niet tot gevolg hebben dat de burger als het fout loopt met de gevolgen zit.
In het najaar van 2005 heeft het CBP bezwaren aangedragen. Een groot aantal kamerfracties heeft aan deze bezwaren gerelateerde vragen gesteld. Als gevolg op die bezwaren zijn noch middels de nota naar aanleiding van het verslag noch in de wet zelf relevante wijzigingen aangebracht. Op enkele punten is door wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel zelfs sprake van een verdergaande afkalving van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het voorstel dient passende waarborgen te bevatten en concrete richtlijnen voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. In ieder geval zouden de volgende punten hun beslag moeten krijgen:
1) Een wettelijke verankering van een soort vangnet waar de burger terecht kan in geval van klachten over, of fouten en fraude met het BSN. Het gevaar bestaat dat de burger bij problemen op een Kafkaiaanse wijze van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Een dergelijke “ombudsfunctie” is de Kamer overigens al eerder toegezegd.
2) De mogelijkheden voor het gebruik van het nummer, mede ten gevolge van de laatste wijziging van het voorstel zijn grenzeloos geworden door het schrappen van het begrip “publiekrechtelijke” bij “taak” in artikel 10 van het wetsvoorstel. Het risico van identiteitsfraude neemt daardoor alleen maar toe.
3) Een verankering van het toetsingskader in de wet. Het toegezegde maar nog niet afgeronde toetsingskader zou moeten beschrijven aan welke concreet uitgewerkte normen de verwerking van persoonsgegevens met behulp van het BSN dient te voldoen.
Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt -onder de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)- toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zonodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.
Bron: Cpbweb.nl
Welcome to the real world...